Het verhaal van een wijnvat

Het verhaal van een wijnvat

In de 13de eeuw kwamen de Kelten in Bourgondië in Frankrijk aan. De Kelten waren gespecialiseerd in het werken met diverse materialen zoals hout, steen, ijzer en klei. Na veelvuldig experimenteren met hout kwamen ze erachter dat ze met stoom en hitte hout konden buigen.

De Kelten hebben deze ontdekking gebruikt bij het bouwen van houten containers. Het was een enorme verbetering op alles wat ze tot dan toe gebruikten. Hout is namelijk veel lichter dan andere materialen en kan eenvoudig op maat gemaakt worden.

New design #winecooler #champagnecooler #beercooler #atelierwplus

Een bericht gedeeld door Atelierwplus (@atelierwplus) op

De evolutie van het houten wijnvat was geboren. Eiken wijnvaten worden gemaakt door een ‘cooper’ (kuiper in het Nederlands). Dit woord komt voort uit het Latijnse woord “cupa” of vat. De geschiedenis leert dat tijdens Napoleons heerschappij over Frankrijk talloze mooie eikenbossen aangeplant zijn. Deze bossen moesten ervoor zorgen dat er altijd voldoende hout zou zijn om schepen te bouwen.

In de loop der jaren werden schepen gemaakt van andere sterkere materialen en de eikenbossen waren niet meer nodig voor de houtproductie van deze schepen.

Door middel van experimenteren leerde wijnmakers dat hun wijn in Franse eiken vaten mooi verouderde. De op hout gerijpte wijnen hadden een typische toon van vanille in de smaak, en de wijn verbeterde door te laten rusten in houten vaten.

De kuiper is nu veelal nog enkel verantwoordelijk voor het opbouwen van het vat. Franse eik wordt meestal beschouwd als de superieure eik voor het wijnmaken, beter dan Amerikaanse en Engelse eik. De prijs voor het hout bedraagt ook vaak het dubbele.

 

Franse experts in de productie van wijnvaten gaan dan ook op zoek naar het beste eikenhout voor de productie van het vat waarop vaak specifieke wijnen rusten.

 

Het gebruikte hout van de zomer- en wintereik is tussen de honderdvijftig en tweehonderdjaar oud. Het hout wordt gekloofd en niet gezaagd om het goed dicht te laten. De stukken hout worden daarna in de openlucht gelegd. De inwerking van droogte, regen, zon en wind zorgen ervoor dat het hout uitloogt en zachter wordt. De inwerking van enzymen van een kleine zwam zorgt ervoor dat de bittere stoffen in het hout vervagen en uiteindelijk uit het hout worden verdreven. Na al deze stappen is het hout gereed om tot duigen te worden verwerkt waarna er vaten van vervaardigd kunnen worden.

 

Het buigen van de duigen gebeurd door verhitting boven een vuur waardoor het soepel wordt en eenvoudig in de juiste vorm kan worden gedreven. Het vat wordt door stalen ringen (hoepels) in vorm gehouden en de beide zijden worden voorzien van een bodem (of deksel). De mate van verschroeien van het hout wordt aangeduid als toast (diverse toasts zijn: light, medium, etc.) en geeft hiermee ook een bepaalde geur-smaak nuance aan de wijn.

 

 

De geschiedenis van een wijnvat

Een wijnvat bestaat uit duigen, die verticaal door het vat lopen, in de vorm van een cilinder. Deze worden op hun plaats gehouden door hoepels of ringen, meetal gemaakt van gegalvaniseerd staal. Afhankelijk van het type vat zijn er 6-8 hoepels. De meeste wijnvaten wegen ongeveer 50 kg.

Afmetingen variëren van vat tot vat, als gevolg van het feit dat ze handgemaakt zijn. De meest voorkomende soorten eikenvaten zijn het Bordeauxvat en het Bourgognevat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *